zwartekat

Anders denken is gevaarlijk ...

Geen mens meer...

» Dehumaniseren, ook wel ontmenselijken is een proces waarbij een bepaalde groep wordt gedemoniseerd of apart wordt gezet van de rest en waarbij hun menselijke status wordt afgenomen. Dat gaat zo ver dat de ander dus niet meer als mens wordt gezien maar als een ding of een dier. Een gezichtsloos onderdeel van die enge gevaarlijk groep. Een groep waarvan we het helemaal niet zo erg zouden vinden als daar iets naars mee zou gebeuren, want we hebben ze voor ons gevoel al ontkoppeld van de maatschappij. Het is immers toch maar een … (vul zelf maar in) Dat dit het begin kan zijn van nog veel ergere dingen heeft de geschiedenis ons inmiddels wel geleerd toch? Want hoe anders krijg je een compleet volk zover dat het kritiekloos toelaat dat andere mensen verschrikkelijke dingen wordt aangedaan. Dat doe je niet zomaar toch?

PROPAGANDA TOEN
Duitsland had in de tweede wereldoorlog een apart ministerie van propaganda om haar ideeën uit te dragen. Dit ministerie werd geleid door een heuse propagandaminister in de persoon van Joseph Goebbels. Hij was er verantwoordelijk voor dat alle media in dienst kwamen te staan van het regime. Elk onderdeel van de samenleving, van het leven, moest doordrongen worden van de nationaalsocialistische boodschap. Met massabijeenkomsten, persconferenties, radio- en TV uitzendingen, speeches op grammofoonplaten, kranten, aanplakbiljetten, pamfletten en speciale cursussen op scholen en bij nationaalsocialistische organisaties werd de Duitse bevolking doordrongen van de ‘juiste’ manier van denken en doen. De Duitsers werden doodgegooid met een constante heilsboodschap van het regime, of ze nu op straat liepen, de krant lazen of een bioscoopje pikten.

Het propagandabeleid van de nationaalsocialisten hield stevig vast aan een aantal basisideeën. Eén daarvan was dat de boodschap vooral duidelijk moest zijn. Effectieve propaganda betekende voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) dat de boodschap tot een paar speerpunten teruggebracht moest kunnen worden. De bedoeling was dat de Duitse bevolking zoveel met de propagandaboodschap geconfronteerd moest worden, dat die de boodschap zich eigen ging maken. Om dit te bewerkstelligen werd er veel aandacht besteed aan stijl. Dit hield in dat bij posters enkel kleuren werden gebruikt die direct de aandacht trokken. De slogans moesten kort en bondig zijn. De boodschap moest in een oogopslag begrepen kunnen worden: wit en vredig stond voor de ideale Duitse familie, terwijl donker en bedreigend stond voor de Joden. De joden werden door de nazi’s het meest gehaat van allemaal, al vormden ze nog geen procent van de Duitse bevolking. Door het propagandaoffensief van de nazi’s raakten veel Duitsers ervan overtuigd dat de joden minderwaardige, inhalige schurken waren.

TEGENGELUIDEN
Natuurlijk waren er wel tegengeluiden. Waren er wel mensen die twijfels hadden. Maar die werden vakkundig weggezet als minderheid. Weggezet als vijand van het regime. Pamfletten van de tegenpartij werden overplakt met propaganda. Demonstraties werden verstoord door speciale knokploegen in dienst van Goebbels. De leden van deze knokploeg moesten parades van de tegenstanders aanvallen en vechtpartijen beginnen, waardoor de politieke boodschap gesmoord werd in geweld. Soms stuurde Goebbels zijn vechtersbazen met vervalste kaartjes naar debatten. Dan zat de zaal vol met joelende nazi’s in plaats van het beoogde publiek van de organiserende partij. Toen alle journalisten uiteindelijk in dienst waren van Goebbels zelf, bepaalde hij welke boodschap naar buiten werd gebracht en werden andere geluiden verboden en gecensureerd.

PROPAGANDA NU
Dat we hier nooit meer intrappen, omdat we hebben geleerd van het verleden, durf ik niet te beweren. Ik steek mijn handen er niet voor in het vuur. Want als ik nu mijn TV, radio, computer of telefoon inschakel zie ik namelijk ook overal dezelfde berichten voorbij komen. Een constante stroom aan berichten die ons bang willen maken voor een onzichtbare vijand. Ik zie constante persconferenties, compleet met doventolken. Ik hoor de hele dag reclames op de radio waarin aangegeven wordt dat we allen strijden tegen deze vijand. Zie ik stickers en pamfletten op winkelruiten. Zelfs in de binnenstad, op de stoeptegels staan de boodschappen gespoten, op vlaggen en banners staat het aangegeven, overal waar ik kijk zie ik deze berichten. Alle media verkondigen ook nu dezelfde boodschap. De rijksoverheid heeft handige posters, kort en bondige stappenplannen. Aan de mooie kleurtjes, de strakke layout met de standaard icoontjes en logootjes is meteen duidelijk waar deze boodschappen vandaan komen. Zelfs op de scholen van onze kinderen sijpelt langzaam maar gestaag de boodschap naar binnen, want ook zij hebben een rol in deze strijd en ook zij moeten scherp zijn en op hun hoede blijven. Elke dag horen we op het nieuws hoeveel medemensen er weer aan de vijand ten prooi zijn gevallen. We zijn in constant gevaar! En zo gaan we dat ook voelen met z'n allen. Gek genoeg blijft de vijand voor mij onzichtbaar. Ik heb zelf nog geen enkele ervaring met de vijand. Ik ken ook niemand die de vijand in de ogen heeft gekeken en het daar heel slecht vanaf heeft gebracht. Maar toch hoor ik de hele dag door dat ze er is. Dat ze op ons loert. Loert op ons allemaal, maar in het bijzonder op onze opa’s en oma’s. We moeten constant op onze hoede zijn. Vooral als we leuke dingen doen of bij elkaar komen en ‘s avonds is het helemaal spannend. En juist omdat je haar niet ziet, is ze zo gevaarlijk.

Je aan dè regels houden is de enige juiste manier van doen. Je aan dè regels houden is de enige manier om het hoofd te bieden aan deze onzichtbare vijand! En als de vijand gevaarlijker wordt, dan zijn meer regels heel vanzelfsprekend. Je niet aan de regels houden is gevaarlijk. Gevaarlijk voor jezelf, maar vooral gevaarlijk voor anderen. Je niet aan de regels houden kan namelijk een uitnodiging zijn voor de vijand, dus daarom is het verboden en wordt er streng op gehandhaafd. Dat zorgt er voor dat de meesten keurig in de maat lopen. Is het niet uit angst voor de vijand, dan wel uit angst voor gedoe of boetes. En als je demonstreert dan zorgen knokploegen er ook nu weer voor dat de boodschap wordt gesmoord in geweld.

SAMEN TEGEN DE ANDER
De boodschap dat we het samen tegen de vijand doen gaat niet meer op als die vijand wegblijft. Bij steeds meer mensen is er dan ook ernstige twijfel. Steeds meer mensen zetten hun vraagtekens bij de boodschap. Want waarom zou zo'n verschrikkelijke vijand een overheidspromotieteam nodig hebben dat ons bestookt met constante waarschuwingen. We zouden dan zelf toch ook de ravage moeten kunnen zien die het achterlaat? Is deze vijand wel echt? Is deze vijand wel zo gevaarlijk? Is deze vijand wel een vijand? Is deze vijand niet anders te benaderen? Wordt deze vijand niet gewoon gebruikt om ons in een bepaalde richting te krijgen? En als die regels zo goed werken, waarom merken we daar dan niks van en komen er alleen maar meer regels bij. Ik heb soms vragen. Mag dat?

Nee! Blijkbaar mag dat niet! Een andere manier van denken of kritiek op de boodschap wordt simpelweg niet geaccepteerd en zo veel mogelijk weggemoffeld, verbannen of geridiculiseerd. Soms met geweld de kop in gedrukt. Anders denken is raar en gek. Anders denken is slecht. Zelfs al kun je de kritische noot keurig onderbouwen, dan nog is het slecht. Anders doen is nog veel slechter. Want door anders te doen laat jij de vijand binnen. En als je de vijand binnen laat, ben jij ook gewoon de vijand! Als dan vervolgens die vijanden van het volk belachelijk gemaakt worden, of vernederd, geslagen of gedood zouden worden, dan zouden we dat helemaal niet zo erg vinden, want hij was er toch één van de tegenpartij. Hij vroeg er gewoon om toch?! Het is nu samen tegen de ander.

WIE NIET LEERT VAN HET VERLEDEN HEEFT GEEN TOEKOMST
Het gemak waarmee men elkaar allerlei narigheid toewenst beangstigt me. Als je keihard vergeet om de Ander als mens te blijven zien, jezelf in zijn ogen te herkennen; met soms dezelfde angsten en dezelfde dromen en verlangens, dan ben je zelf niet menswaardig. En terwijl ik dit schrijf denk ik aan die doodnormale kortpittige moeke op facebook vanmorgen. Die het ene moment nog een quiz doet om te kijken wat voor een aardappel ze is, en het andere moment (met het schuim op de kaken en bloeddoorlopen ogen) iemand keihard de dood toewenst en een ziekenhuis bed ontzegt, puur omdat deze persoon de vijand niet zo serieus nam. En als ik haar dan vervolgens weer doodleuk een deel en win actie voor een gratis zak hondenvoer op haar tijdlijn zie delen, alsof er allemaal niks meer aan de hand is, bedenk ik me dat ik het somber voor ons inzie. We zijn reddeloos verloren en zullen het misschien wel nooit leren.

Het begon destijds namelijk ook niet met gaskamers. Het begon met één partij die de media controleerde, één partij die dé boodschap verkondigde en dé waarheid bepaalde. Het begon met een partij die alle tegengeluiden censureerde en ridiculiseerde en de oppositie het zwijgen oplegde. Een partij die het volk opdeelde in wij en hen, in goed en kwaad, en die hun supporters aanzette om die anderen eerst apart te zetten en vervolgens te belagen.

Het begon met normale mensen die wegkeken en het lieten gebeuren…